Ochtenden zo leeg, zo zonder euforie.
Word ik dan eens naast je wakker, ben je al weer weg.
Die bank, die straat, die berg, dat bos, dat verhoogje, er zijn er te veel.
Leunen, heerlijk, jij bent groter.
Neusvleugels leren vliegen, bedolven in je sjaal.
Kippevel en een haartje twee a drie.
Veel te weinig fictie vind ik in mijn hoofd.
Dronken, voelen, tasten, weg.
Knijp me onder die koffievlek.
Lege hoek met een spinneweb.
Geef een reactie
Reageren?
RSS met reacties TrackBack identificatie URI
